Tagarchief: Bijbel

Onze Lieve Vrouw van smarten

mariavan smarten Vandaag gedenken we Onze Lieve Vrouw van de volgende zeven smarten:

  1. De profetie van Simeon in de Tempel bij het opdragen van Jezus, Lukas 2:25-35
  2. De vlucht naar Egypte, Mattheüs 2:13-14
  3. Het zoekraken van Jezus in de Tempel, Lukas 2:42-51
  4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar de Calvarieberg
  5. Maria staat onder Jezus’ kruis, Johannes 19:25-27
  6. Maria omhelst Jezus’ dode lichaam na de kruisafneming
  7. Jezus wordt begraven, Mattheüs 27:57-66, Markus 15:42-47, Lukas 23:50-56, Johannes 19:38-42

Hoer van de Maashorst

hoervanbabylonEen van de engelen kwam op me af en zei: ‘Ik wil je laten zien hoe de grote hoer die aan talrijke waterstromen zit, veroordeeld wordt. De bestuurders hebben ontucht met haar gepleegd, en de mensen hebben zich bedronken aan de wijn van haar zedenloosheid.’ Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar de paarse heide. Ik zag een vrouw zitten op een harig beest vol godslasterlijke namen, met woeste kop en gekromde horens. Ze droeg purperen en scharlakenrode kleren en gouden sieraden, edelstenen en parels. In haar hand had ze een gouden beker vol gruwelijkheden, al haar liederlijke wandaden, en op haar voorhoofd stond een naam met een geheime betekenis: ‘Het grootste aaneengesloten natuurgebied, de Maashorst, moeder van alle hoeren en van alle gruwelijkheden ter wereld’.

(Vrij naar Openbaring 17:1-5)

Verlosser ontlast

Hoewel wij geen Bijbeltekst kennen waarin Jezus moest poepen of piesen, lijkt het ons logisch en volkomen natuurlijk dat ook de Zoon van God vertrouwd was met het vaak zo verlossende ontlasten. Je leest nu eenmaal overal dat de Heer met voedsel in de weer was en eenmaal geconsumeerd, moet dat zijn natuurlijke beloop hebben. God de Vader zou niet anders willen. Het is mooi, goed en theologisch verantwoord dat de Bossche kunstenaar Ralph Posset daar nu de aandacht op vestigt. Want daarmee onderstreept hij dat niets menselijks de Here Jezus vreemd was…

Een mens mag wat te klagen hebben

XIR849991 Daarna opende Job zijn mond en vervloekte zijn geboortedag.
2 En Job hief aan en zeide:
3 De dag verga, waarop ik geboren werd;
de nacht, die zeide: Een jongske is ontvangen.
4 Die dag zij duisternis,
God in den hoge vrage niet naar hem,
geen lichtglans bestrale hem.
5 Mogen donkerheid en diepe duisternis beslag op hem leggen,
moge wolkgevaarte zich over hem legeren,
zonsverduistering hem verschrikken.
6 Die nacht – duisternis neme hem weg,
hij verheuge zich niet onder de dagen van het jaar,
hij kome niet in de reeks der maanden.
7 Zie, die nacht zij onvruchtbaar;
geen gejubel weerklinke daarin.
8 Dat de dagvervloekers hem verwensen,
zij, die de kunst verstaan de Leviatan op te hitsen.
9 Dat de sterren zijner morgenschemering verduisterd worden;
hij wachte op licht, maar het kome niet,
hij aanschouwe niet de wimpers van de dageraad,
10 omdat hij de deuren van de schoot zijner moeder niet toesloot
en voor mijn ogen de moeite niet verborgen hield.
11 Waarom ben ik niet bij de geboorte gestorven,
heb ik niet de geest gegeven,
toen ik uit de moederschoot kwam?
12 Waarom hebben knieën mij opgewacht,
waarom borsten, zodat ik kon zuigen?
13 Dan zou ik nu nederliggen en stille zijn,
ik zou slapen; dan zou ik rust hebben
14 bij koningen en raadsheren des lands,
die, wat in puin lag, voor zich herbouwden,
15 of bij vorsten, rijk aan goud,
die hun huizen met zilver vulden.
16 Of waarom was ik niet als een misgeboorte, die weggestopt wordt,
als kinderkens, die het licht niet aanschouwden?
17 Daar houden de goddelozen op met woelen,
daar rusten zij wier kracht is uitgeput.
18 Gevangenen zijn daar altegader gerust,
de stem des drijvers horen zij niet.
19 Klein en groot is daar gelijk,
en de slaaf is vrij van zijn heer.
20 Waarom geeft Hij rampspoedigen het licht,
het leven aan hen die bitter bedroefd zijn?
21 Zij wachten op de dood, en hij komt niet,
zij graven ernaar, meer dan naar verborgen schatten;
22 zij zouden zich verheugen tot jubelens toe,
blijde zijn, wanneer zij het graf gevonden hadden.
23 (Waarom geeft Hij het licht) aan een man,
wiens weg verborgen is,
aan wie God elke uitweg heeft afgesneden?
24 Want in plaats van mijn brood komt mijn zuchten,
mijn klachten storten zich als water uit.
25 Want waarvoor ik vrees, dat overvalt mij,
en wat ik ducht, dat treft mij.
26 Ik heb geen vrede, geen stilte, ook heb ik geen rust,
maar de onrust verheft zich.

De aartsvader Job, vandaag (10 mei) vieren we zijn feestdag.

Sint Jans Onthoofding – Gedachtenis

AfbeeldingEn toen er een gelegen dag gekomen was en Herodes op zijn geboortefeest een maaltijd aanrichtte voor zijn hoogwaardigheidsbekleders, zijn legeroversten en de voornaamsten van Galilea, en de dochter van Herodias binnenkwam en danste, behaagde zij Herodes en hun, die mede aanlagen. En de koning zeide tot het meisje: Vraag van mij, wat gij maar wilt en ik zal het u geven. En hij zwoer haar: Wat gij mij ook maar vragen zult, zal ik u geven, tot de helft van mijn koninkrijk. En zij ging heen en zeide tot haar moeder: Wat zal ik vragen? En deze zeide: Het hoofd van Johannes de Doper. En terstond ging zij haastig naar binnen tot de koning en vroeg, zeggende: Ik wil, dat gij mij onmiddellijk op een schotel geeft het hoofd van Johannes de Doper. En ofschoon de koning zeer bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet weigeren. En terstond zond de koning een scherprechter met de opdracht het hoofd te brengen. En deze ging heen en onthoofdde hem in de gevangenis, en hij bracht het hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje en het meisje gaf het aan haar moeder. En toen zijn discipelen het hoorden, kwamen zij en namen zijn lijk weg en legden het in een graf.

(Marcus 6:21)