Tagarchief: vluchteling

Wat zijn we toch een in en in goed volk!

hondjeDat we met z’n allen in een jaar tijd maar liefst 12.608 zwerfhonden liefdevol uit gevaarlijke dieronvriendelijke buitenlanden opnemen in onze gezellige en gastvrije huisgezinnen. Een stukje medemenselijkheid naar de ontheemde dieren toe. En dan zijn er natuurlijk ook nog de vele zwerfkatten om wie wij ons tijdens zonvakanties bekommeren. Nee, er is niks mis met onze empathische vermogens…

Gastvrij Uden

AZC BrabantpleinDe spreekwoordelijke gastvrijheid van Uden geldt uiteraard niet alleen onze streek- en landgenoten, ook wie uit een ver en vreemd buitenland komt, kan rekenen op een warm welkom en een hartelijke ontvangst in de speciaal hiertoe door college Kakelbont ingerichte Brabantkelder met zijn bourgondische sferen en zijn overdaad aan drank en spijs. Met AZC-Brabantplein hoopt Uden aanzienlijke stromen vreemdeling te verleiden tot een toeristisch verblijf in deze parel van de Maashorst.

Kijk aan: een gedicht dat rijmt!

De Edele Udense Maagd

In ’t nachtelijk donker sjouwen zij Noordwaarts,
Langs velden en wegen, langs bos en langs hei,
Die arme stumpers, die Syrische vrouwen,
Met spullen op de arm en kind aan hun zij.

Verdreven zijn zij van het tedere plekje,
Dat plekje, waar eens hun wiegje stond,
Die plek die men lief had, men nooit zou verlaten,
Waarop zich zo menige herinnering bevond.

Droef kijken ze om naar de laaiende vlammen,
Vernield wordt hun stad, verwoest ook hun haard,
Steeds roder die gloed, steeds hoger die vonken,
Niets wordt door ’t vraatbeest ‘beschaving’ gespaard.

O Moe, waar is Vader? zo zucht een klein ventje,
Ik heb toch nog geen nachtzoen van hem gehad?
Ik voel me zo eenzaam, zo droef en verlaten,
Waarom bleef toch Moe niet bij Pa in de stad?

Steeds stroomt hij verder, die vloed van ellende,
De armen aaneen gedrukt, vaak hand aan hand,
Terwijl hun gedachten zijn bij hun Vader,
Die wellicht al dood is, of vecht voor zijn land.

Waarheen, o mijn God, waarheen onze schreden,
Waarheen met m’n kind, met mijn dierbaarste pand?
Waarheen al die grijsaards, waarheen al die vrouwen,
Nu have en goed, nu hun huis werd verbrand?

Doch hoor, tussen al dat geschrei en gejammer,
Klinkt de stem van de edele Udense Maagd:
“Komt binnen mijn arme, mijn oude van dagen
Opdat Uden een deel van uw armoede draagt!”

En bij duizenden stromen zij ’t dorpje binnen,
Waar vrede, waar liefde en goedheid woont,
Waar toewijding hun leed zal verzachten,
Waar een fiere en edele burgervader troont.

Ofschoon ook in Uden de armoede groot is,
Ofschoon ook in Nederland gebrek is aan brood,
Roept het dorp weer welkom aan zovele stakkers:
Klein Uden, lief Uden, wat ben je toch groot!

Vrij naar Gustaaf Francies de Pauw, overgenomen uit de Udensche Courant van woensdag 14 oktober 1914.
Ons toegezonden door werkgroep Vluchtoord-Uden.

Wat kost dat dan per les?

geld-vd-vluchteling
Wij lezen op Kliknieuws: Op het moment dat vluchtelingen hun verblijfsvergunning krijgen, begint de inburgeringstermijn van drie jaar te lopen. “Als ze niet op tijd slagen, moeten ze de lening voor hun onderwijs zelf terugbetalen en dat loopt op tot tienduizend euro.”
Wij vragen ons af: Wat kost zo’n inburgeringscursus dan per les? En, als een vluchteling niet slaagt, kan dat dan misschien ook liggen aan de (tekortschietende) kwaliteit van het onderwijs? En – als dat laatste het geval is – hoe redelijk is het dan om toch nog het cursusgeld op te eisen?